juni 2011
zondag, 06 november 2011 11:12

Sjoerd Wijdoogen

 

Vanavond hebben we Sjoerd bereid gevonden onze maandelijkse demo te verzorgen. Sjoerd is werkzaam bij Helios en dit bedrijf houdt zich bezig met professionele audio. De professionele sector en de home-audio sector zijn meestal twee compleet gescheiden werelden. Maar dat hier ook uitzonderingen op bestaan bewijst Sjoerd overtuigend. Sjoerd is zelf iemand, die net als de meeste audiofanaten bezig is zijn muziekweergave constant te verbeteren met tweaks en aanpassingen van de apparatuur.

 

Als je de naam Sjoerd Wijdoogen googled kun je zien dat hij een veelbewogen artiestenleven achter de rug heeft. Onder de artiestennaam “Stuart” heeft hij al aardig wat nummers gemaakt, waaronder de hit “Free, let it be” met zangeres Maxine. De meesten van u zullen zich dit nummer wellicht kunnen herinneren. Uiteindelijk wilde hij iets meer vastigheid en kwam zodoende bij Helios terecht. Met zijn praktijkervaring opgedaan in de muziekindustrie is zijn inbreng daar natuurlijk van grote waarde.

 

 

Sjoerd op zijn “praatstoel”

 

Dat Sjoerd veel ervaring heeft, merken wij snel tijdens deze avond. Hij praat zichzelf heel vlot door de avond heen en het publiek hangt voortdurend aan zijn lippen.

Hij vertelt dat Helios begonnen is als muziekwinkel. In 1984 is Helios overgenomen en heeft het bedrijf zich voornamelijk gericht op studio-audioregistratieapparatuur voor muziekopnamen en broadcasting. De broadcasting-tak hebben ze inmiddels verlaten en zodoende doen ze alleen nog in apparatuur voor het maken van opnamen. In de loop van de jaren zijn ze zich verder gaan specialiseren in het aanpassen van akoestiek. Het is inmiddels steeds duidelijker dat de akoestiek een groot deel van de geluidsbeleving uitmaakt. Het is in de studio wereld geaccepteerd om daar verbetering bij te behalen voor het maken van natuurgetrouwe muziekopnamen.

 

Sjoerd vertelde ook dat tegenwoordig pas het besef groeit dat apparatuur daterende uit de jaren 50-60-70 periode veel beter is dan de apparatuur die in de jaren erna werd gemaakt. Met name de equalizers uit die tijd waren veel beter dan hetgeen tot nu werd gemaakt. Dat inzicht heeft ertoe geleid dat de beste en modernste ontwerpmethodes gebaseerd zijn op die periode. Blijkbaar heeft niet alleen veel van de consumenten- apparatuur een kwalitatieve dip gekend gedurende de jaren 80 en 90, maar gold dit ook voor de apparatuur die toen in de studio werd gebruikt.

 

Sjoerd heeft 4 DA-converters meegenomen. Een Tentlabs b-DAC, Benchmark DAC1, en 2 zelfbouw DACs op basis van een DAC print met eigen losse voeding en diverse modificaties. Daarnaast heeft hij een Tentlabs volume control meegebracht, die is opgebouwd met speciale weerstanden (Naked resistors van Texas Instruments). Verder bestaat de set uit de inmiddels bekende  “ACV demoset”, te weten de zelf ontworpen en gebouwde luidsprekers van bestuurslid Arie Herweijer en Arie’s Threshold eindversterker. De luidsprekerkabels heeft Sjoerd zelf gemaakt, de interlinks zijn afkomstig van Grimm Audio.

 

Het bijzondere aan de zelfbouw DAC’s van Sjoerd zit hem in de DAC-chip zelf. Deze bestaat uit parallel geschakelde TDA 1543 DAC chips. Normaal gesproken is een DAC-chip niet in staat voldoende uitgangssignaal af te geven om direct te gebruiken als uitgangssignaal van een DA-converter. Daarvoor is de stroom die deze chip kan leveren te laag. Dat houd in dat er een buffer (meestal een OP-amp) tussen geplaats wordt om zodoende voldoende stroom te kunnen leveren aan de uitgang van de DA-converter. Bij het parallel schakelen van de DAC chips vervalt de noodzaak van de buffer waardoor er een heel erg schoon geluid ontstaat. Verder zorgt het parallel schakelen van de DAC-chips voor een lagere vervorming en grotere dynamiek.

 

Sjoerd kent veel verhalen uit de opname-wereld en het is zeer interessant om hem aan het woord te laten. Van elke opname kent hij voldoende de achtergrond om er een smeuïg verhaal over te kunnen vertellen. Uiteindelijk wordt er muziek gedraaid. Het is tijd om de DAC’s te vergelijken, dat is het feitelijke doel van de avond. Maar eerlijk gezegd vind ik persoonlijk de verhalen en inzichten uit de studio-wereld deze keer veel boeiender.

 

Het eerste nummer is van Zero 7. Er wordt gedraaid met de Benchmark DAC en de ingebouwde voorversterker. Omdat dit het eerste nummer is en ik de installatie nog niet eerder heb gehoord kan ik er verder nog niets zinnigs over zeggen. Vervolgens wordt een nummer gedraaid van Stacey Kent. Deze opname is gemaakt op locatie in een boerderij in Engeland. Er is niets achteraf gemixt, maar alles werd in één keer opgenomen. Hierdoor klinkt het heel natuurlijk en net alsof je zelf bij de opname aanwezig bent. Lekkere muziek overigens. Het klinkt ook lekker, het laag is wat rond, maar krijgt daardoor wel realisme. Verder zijn er veel details te ontdekken in de muziekweergave.

 

Vervolgens wordt overgeschakeld op de Tentlabs passieve voorversterker en het valt op dat de dynamiek grotendeels wegvalt. Het wordt allemaal wat vlakker. Ik vind het saai worden, maar er zijn ook luisteraars die het juist rustiger/beter vinden klinken. Ieder heeft recht op zijn eigen mening en zijn eigen beleving. Dat mag iedereen natuurlijk voor zichzelf uitmaken. Het blijft dan uiteindelijk wel de vraag wat de waarheid het meest benaderd, dus wat is de meest natuurgetrouwe klank van de muziekweergave.

 

Vervolgens wordt de echte DAC vergelijking gestart. Er worden twee nummers gekozen om steeds DACs onderling te vergelijken:

Oh my darling met het nummer Stolen Keys

Patricia Barber  met het nummer Ode to Billy Joe

 

Voor de test wordt één van zijn eigen DAC’s gebruikt (hij noemt het de “Dream DAC”) en verder de Tentlabs b-DAC plus daarnaast de Benchmark.

 

Als eerste de Dream DAC. Alles wordt een stukje duidelijker en beter gearticuleerd dan we tot dan toe hebben gehoord via de Benchmark DAC. Er lijkt een gordijntje weg te vallen. Het klinkt daardoor ook een stuk natuurlijker.

 

 

Dream DAC

 

Vervolgens wordt de Tentlabs B-dac aangesloten. Het geluid is erg ver weg ten opzichte van de Dream DAC. Het klinkt ook een beetje kaal, je mist de nodige klankkleuren in het geluid. Verder valt op dat het hoog een stuk minder prominent aanwezig is.

Als laatste wordt de Benchmark DAC weer aangesloten. Het hoog is weer terug, maar er zit duidelijk minder samenhang in de muziek dan met de Dream DAC.

 

Voor mij is de DAC van Sjoerd zelf de duidelijke winnaar. Toch geen echt slechte prestatie, aangezien de beide andere DAC’s ruim door de duizend euro heen gaan als consumentenprijs.

 

 

De DAC’s op een rijtje

 

Tsja, en wat moet je dan voor een conclusie verbinden aan deze test? Het vergelijk tussen de verschillende DAC’s is natuurlijk wel goed te maken, maar de winnaar van de test, de Dream DAC, is niet te koop. Ik vond het persoonlijk heel boeiend om te luisteren naar Sjoerd met al zijn wetenswaardigheden over de professionele wereld. Een echte conclusie is er wat mij betreft niet wat de DAC’s betreft, iedereen moet die afweging voor zichzelf maken. Maar wat ik heb opgestoken van dit verhaal, is dat bij een serieuze studio dezelfde overwegingen worden gemaakt als bij de betere home audio. Goed om te weten dat er bijvoorbeeld in de studio ook geld wordt gestoken in goede kabels en dat er ook DA-converters worden gebruikt die in de home audio als absolute referentie gelden. Blijkbaar is er dus meer gemeen tussen deze twee ogenschijnlijk strikt gescheiden werelden.

Ik heb persoonlijk erg veel opgestoken van de vakkennis van Sjoerd.

 

Sjoerd heel erg bedankt voor de demo!

 

Ed Kuhuwael

Laatst aangepast op zondag, 08 januari 2012 12:56